Greek Prime Minister Alexis Tsipras delivers a speech at an anti-austerity rally in Syntagma Square in Athens, Greece, July 3, 2015. Tsipras, elected in January on a promise to end six years of austerity, extolled a packed Syntagma square in central Athens to spurn the tough terms of an aid deal offered by international creditors to keep the country afloat.   REUTERS/Yannis Behrakis

Greek Prime Minister Alexis Tsipras delivers a speech at an anti-austerity rally in Syntagma Square in Athens, Greece, July 3, 2015. Tsipras, elected in January on a promise to end six years of austerity, extolled a packed Syntagma square in central Athens to spurn the tough terms of an aid deal offered by international creditors to keep the country afloat. REUTERS/Yannis Behrakis

Gisteren ging ruim 62% van de stemgerechtigde Grieken naar de stembus voor het referendum over verdere bezuinigingen vanuit de Trojka. De Grieken hadden twee keuzes, doorgaan met de Europese bezuinigingspolitiek of kiezen voor een andere weg: de weg van solidariteit, democratie en sociaal hervormen. De uitslag was een klap in het gezicht voor de Europese politici die Griekenland zo lang onder druk hebben gezet en een zege voor de Griekse premier Alexis Tsipras. De Griekse bevolking stemde met 61% OXI (nee), tegen verdere bezuinigingspolitiek. De onderhandelingen met Griekenland waren de afgelopen tijd al geen onderhandelingen meer. De Grieken zijn ver gegaan in de onderhandelingen, nationale zaken zoals pensioenen, BTW, AOW-leeftijd, sociale zekerheid en tal van andere onderwerpen waren onderdeel van de onderhandelingen. Iets waar normaliter een land zelf over hoort te gaan en waar de Trojka ((Europese Centrale Bank, Europese Commissie en Internationaal Monetair Fonds) in het beginsel niks over te vertellen heeft. Toch kan je de gesprekken tussen de Trojka en Griekenland allang geen onderhandelingen meer noemen. Griekenland is volwaardig lid van de Europese Unie, als volwaardig lid behoort er op een gelijkwaardige manier met je gesproken te worden. Dit was al lang niet meer het geval. Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem vatte het goed samen:De deur blijft openstaan voor de Grieken om onze voorstellen te aanvaarden.” Met andere woorden: take it, or leave it. De Griekse vertegenwoordigers hebben tal van voorstellen gedaan, telkens zijn de voorstellen afgewezen. Want de Grieken moesten ‘ onze voorstellen aanvaarden’, aldus PvdA man-Dijsselbloem.

Met het mes op de keel gingen de Griekse vertegenwoordigers huiswaarts. Ze besloten iets moedigs te doen: het uitschrijven van een referendum waar de Griekse bevolking de koers kon bepalen: de Europese bezuinigingspolitiek accepteren of kiezen voor een duurzame oplossing op basis van gelijkwaardigheid en solidariteit. Ondertussen sputterde het enorm in Brussel: Dijsselbloem en tal van andere politici kwamen met dreigementen richting Griekenland. Het land zou failliet gaan, uit de EU gezet worden en de Euro als betaalmiddel kwijt raken. Tot slot voegde hij er aan toe te ‘ zeer te hopen op eerlijke politici die naar voren treden en bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen’, een directe schoffering van de Griekse democratie dus, zij hebben immers hun politici gekozen.

Hoe kon het zo ver komen?
Toen de Euro ingevoerd werd schakelden twaalf zeer verschillende economieën in één klap over op dezelfde munt. Dat betekent dus dat er ook een monetair beleid binnen de EU gevoerd wordt binnen de deelnemende Eurolanden. Voorheen konden individuele lidstaten de rentestanden zelf beinvloeden. Wanneer de economie slecht draaide verlaagde zo’n land de rentestand waardoor binnenlandse bestedingen gestimuleerd werden, dreigde de economie oververhit te raken dan verhoogde je de rente waardoor de binnenlandse bestedingen afnamen, sparen werd immers bevorderd. Met het invoeren van een gemeenschappelijke munt is dit niet meer mogelijk en exclusief voorbehouden aan de Europese Centrale Bank. Het gevolg is dat de verschillen in rijkdom en levensstandaard tussen de landen binnen de EU sterk gaan toenemen en dat landen om toch economisch aantrekkelijk te blijven, de lonen en de belastingen voor bedrijven gaan verlagen. Concrete voorbeelden hiervan zijn het verlagen van de BTW en pensioenen. Zuid Europa heeft een lagere levensstandaard dan Noord Europa heeft. Logischerwijs krijgen Zuid-Europe landen dus meer Europese subsidies om achterstanden weg te werken. Ze leveren goedkope middelen en goederen aan Noord-Europa, waarmee ze de import van dure industrieproducten nauwelijks kunnen betalen. Aangezien deze landen niet langer in staat zijn om de eigen economie te beschermen zijn ze overgeleverd aan de grillen van de markteconomie. Vanwege de lage lonen in Zuid-Europa is het voor een aantal bedrijven aantrekkelijk om zich in Zuid-Europa te vestigen. Dit levert werkgelegenheid op. Maar zodra deze bedrijven zich terugtrekken omdat het land onstabiel is als gevolg van de crisis zie je dat dergelijke Zuid-Europese landen verder terugvallen. Wanneer je kijkt naar de voormalige DDR kan je een soortgelijk probleem ontdekken. Vele miljarden zijn en worden in de DDR gepompt, maar de problemen zijn gebleven. Om deze problemen weg te werken, zal ingegaan moeten worden tegen de markteconomie. Dit is in Europa onbespreekbaar aangezien de EU op vier pijlers berust: 1. Vrij verkeer van goederen, 2. Vrij verkeer van diensten, 3. Vrij verkeer van kapitaal, 4. Vrij verkeer van personen. Het principe van de vrijemarktwerking dus. Het was dus vooraf verstandig geweest om de euro niet met dit tempo in te voeren. Het harmoniseren van nationale economieen had eerst plaats moeten vinden alvorens men de Euro in zou voeren. Dan hadden we minder problemen en risico’s gehad.

Goed, bij het aangaan van dit soort risico’s – voor de duidelijkheid: het aangaan van dergelijke risico’s is mijns inziens sowieso onverstandig – dek je meestal de risico’s deels af. Een noodplan is geen onverstandige keuze aangezien het risico bij het invoeren van de Euro toch al bekend was. De afspraken over de Euro zijn vastgelegd in het Verdrag van Maastricht.  Er is echter niets geregeld over de mogelijkheid tot uittreding uit de monetaire unie. Er is simpelweg niets over geschreven, er staat dus ook niets in dat het niet kan. Een dergelijk noodplan ontbreekt dus, maar Griekenland kan dus ook niet uit de Euro gezet worden.

Treft Griekenland dan geen blaam?
Ja en nee. De Griekse overheid heeft tot drie maal toe onjuiste informatie gegeven over de economische situatie van het land. De Griekse regering heeft ons voorgehouden dat het financieringstekort kleiner was dan 3%, hiermee voldeed het land aan de eisen van toetreding tot de Euro. Toen bleek vervolgens het daadwerkelijke tekort op 6% te liggen, na een uitvoerig onderzoek kwam in 2010 naar boven dat het tekort op 12% lag. De Griekse regering had deze cijfers berekend door middel van creatief boekhouden, de zwarte economie werd immers bij de berekeningen opgeteld waardoor het tekort theoretisch lager uitkwam. De geloofwaardigheid en het vertrouwen in het land zijn hierdoor enorm afgenomen. Juist vertrouwen is belangrijk als het gaat over overheidsfinancien. Door een gebrek aan vertrouwen in de Griekse staatsfinancien vragen geldschieters enorme rentes om de betreffende risico’s af te dekken. Op lange termijn is een te hoge rentelast niet houdbaar, het Griekse inkomen gaat op aan het afbetalen van de oplopende Griekse rente. Hierdoor komen de binnenlandse investeringen grotendeels stil te liggen. Wie heeft deze Griekse puinhoop dan veroorzaakt? De Griekse regeringen bestaande uit de sociaal-democratische PASOK afgewisseld met de Liberale Nieuwe Democratie hebben jarenlang de cijfers mooier gepresenteerd dan ze daadwerkelijk waren. Daarbij is de zwarte markt in Griekenland 2,5 keer zo groot als in Nederland, er wordt veel gerotzooid met belastingen en het ambtenarenapparaat is doordrenkt van vriendjespolitiek en corruptie. Dat zijn zaken die ook keihard aangepakt moeten worden. Volgens mij bestaat daar geen discussie over. Maar hoe zit het met de gewone Grieken? Zij hebben wel de vorige regeringen gekozen en dat is niet slim te noemen. Maar verreweg de meeste Grieken zijn hardwerkend, ze maken meer uren dan wij. De pensioenleeftijd in Griekenland ligt voor de gewone Griek op 65, zij moeten het echter doen met beduidend minder goede leefomstandigheden dan wij in Noord-Europa gewend zijn.

En nu?
De Griekse staatsschuld loopt enorm op en bedraagt al ruim 350 miljard euro. Tot nu toe hebben de EU en het IMF steeds kunnen voorkomen dat Griekenland failliet gaat. Steeds weer werden noodpakketten van enkele tientallen miljarden afgesloten en overgemaakt naar Griekenland. Feitelijk kreeg Griekenland een nieuwe Credit Card om zo haar lopende rekeningen te kunnen betalen. Weliswaar zaten hier eisen aan vast, zo moest het land enorm liberaliseren. Gevolgen: miljoenen mensen werkeloos en onder de armoede grens. Het levert op korte termijn cash op, maar de sociale ellende is groot, daarbij: waarvan moeten de uitkeringen betaald worden? Juist: van het geld dat er niet is! Dit is financieel wanbeleid. Iemand die in de schulden zit geef je ook geen nieuwe Credit Card, maar stuur je door naar de schuldhulpverlening. Daar wordt vervolgens de situatie in kaart gebracht. De uitgaven worden beperkt (bezuinigen) en naar vermogen wordt de schuld terugbetaald (een deel kwijtschelden dus).

Het harde bezuinigingsbeleid heeft dus averechts gewerkt. Griekenland zit dieper in de schulden, de sociale ellende is groter geworden, het wantrouwen richting de Europese instanties is gegroeid. Maar ook buiten Griekenland heeft dit beleid schade aangericht, de belastingbetaler kan steeds weer betalen voor de ‘ hulp’ aan Griekenland en steeds meer verzet tegen de EU groeit. Radicale groeperingen en Nationalistische groeperingen groeien in aanhang. Het Griekse volk heeft een duidelijk signaal afgegeven, 61% heeft nee gezegd tegen de contraproductieve bezuinigingspolitiek van de Trojka. Afschrijven van een deel van de schulden draagt bij aan het aanwakkeren van de binnenlandse bestedingen. Goed voor Griekenland en goed voor de hardwerkende belastingbetaler binnen de EU. Op basis van gelijkwaardigheid moeten de gesprekken met de huidige Griekse vertegenwoordigers van president Alexis Tsipras zo snel mogelijk hervat worden. Een beleidsvoorstel kan je negeren, maar 61% van de Griekse bevolking daarentegen niet!