helping-people-1599806_1920Een trend van de afgelopen jaren die steeds meer doorzet is het doen van vrijwilligerswerk in het buitenland. Toenemende internationalisering van de samenleving en het groeiend aantal mogelijkheden om vrijwilligerswerk te gaan doen, zorgen voor een snel stijgend aantal vrijwilligers. Middelbare scholieren die een aantal maanden vrijwilligerswerk gaan doen, studenten die er een half jaar ‘tussenuit gaan’ om hun steentje bij te dragen in de Derde Wereld of een manager die een sabbatical neemt om zijn tijd in te zetten voor mensen in nood. In eerste instantie allemaal sympathieke initiatieven. Vrijwilligerswerk in het buitenland is weliswaar vrijwillig, maar niet gratis. Het kost de deelnemer al snel een paar duizend euro. Je moet er wat voorover hebben zullen we maar zeggen…

Maar: wie helpt nou eigenlijk wie? In eerste instantie zal deze vraag snel beantwoord worden met: de vrijwilliger helpt het land, gemeenschap of project waar hij zich voor inzet. Logisch, want als vrijwilliger kom je iets brengen is de gedachte. Het geeft vrijwilligers een goed gevoel om een bijdrage te leveren aan een betere wereld. Wat is er nou mooier dan het het helpen van mensen die het slechter getroffen hebben dan wij? Het doen van vrijwilligerswerk is een concrete invulling van dit gevoel. Het liefst op een kleinschalig project met een concrete hulpvraag.
volunteer-1326758_1280
Veel vrijwilligers zamelen geld in voor hun vrijwilligerswerk in het buitenland. En veel particuliere sponsoren zijn bereid om hieraan een bijdrage te leveren. Nederlanders hebben nou eenmaal een afkeer tegen grote geldverslindende projecten waarbij niet duidelijk is waar de bijgedragen euro precies naartoe gaat. Een kleinschalig project waar een bekende voor een langere tijd een bijdrage gaat leveren is daarentegen anders. Het project is vaak kleinschalig en concreet. Dus wordt de beurs makkelijk getrokken, de euro is namelijk makkelijker traceerbaar. Daarnaast krijgt ook de sponsor hier een goed gevoel van: het geld wordt immers goed ingezet op een klein project waar een bekende ook nog eens een bijdrage levert.

Maar om even terug te komen op de vraag: wie helpt nou eigenlijk wie?  Steeds meer vrijwilligersorganisaties gedragen zich als commerciële bedrijven, waar het financiële bedrijfsresultaat boven het maatschappelijke resultaat staat. Deze organisaties bieden diverse projecten aan die er in eerste instantie er goed uitzien. Vaak wordt ingespeeld op het gevoel van de vrijwilliger en de donateur. De praktijk wijst helaas uit dat tal van projecten meer kwaad dan goed doen. Een bekend voorbeeld is het doen van vrijwilligerswerk in een weeshuis.

De weeshuizen
‘Verschrikkelijk toch: die beelden van lieve kindertjes in slecht onderhouden weeshuizen. Gelukkig kan jij daar een bijdrage aan leveren. Door jezelf een aantal weken in te zetten in een weeshuis kan jij het leven van deze kinderen wat veraangenamen.’ Lukraak een tekst die op een van de websites zou kunnen staan. Veel vrijwilligers worden geraakt door het leed wat hen voorgeschoteld wordt. Maar juist vrijwilligers die met alle goede bedoelingen van de wereld, vrijwilligerswerk gaan doen in een weeshuis, doen meer kwaad dan goed. Kinderen in weeshuizen hebben het inderdaad moeilijk. Maar een vrijwilliger bemoeilijkt die situatie. Stel je voor dat je een kind in een weeshuis bent en elke maand komen er nieuwe vrijwilligers langs. Je hecht je aan die vrijwilligers, doet leuke dingen met hen en ze zorgen voor je. Je krijgt een band. Vervolgens stapt die vrijwilliger weer in zijn vliegtuig terug naar Europa om vervolgens nooit meer terug te keren. Het kind voelt zich weer verlaten, want het is de zoveelste vrijwilliger die weggaat. Deze kinderen bouwen een enorm vertrouwens- en bindingsprobleem op waar ze de rest van hun leven last van zullen houden. Daarnaast heb ik het nog niet eens over de pedagogische kwaliteiten gehad, waarbij het bij de meeste vrijwilligers aan schort. Kinderen zijn geen knuffels waar een vrijwilliger een goed gevoel van kan krijgen. Doe hier dan ook niet aan mee.

Daarnaast is inmiddels een heuse weeshuizen industrie ontstaan waarbij werk voor vrijwilligers gecreëerd wordt. Het aanbod van vrijwilligers dat werkzaam wil zijn in een weeshuis is namelijk groter dan dat er werk is. Deze vrijwilligers hebben grof geld betaald om vrijwilligerswerk te doen en zijn geraakt door de beelden die zij voorgeschoteld krijgen. Weeshuizen worden zo commercieel interessant voor de weeshuizen zelf en de organisaties die vrijwilligerswerk aanbieden. Steeds vaker worden niet-wezen van school gehouden en richting een weeshuis gezonden door hun familie. Deze arme families weten dat hun kinderen genoeg aandacht zullen krijgen van de vrijwilligers en dat ze in het weeshuis goed te eten zullen krijgen.  ’s Avonds gaan de kids weer naar hun ouders of familie. Zo ontstaat het weeshuistoerisme. Nepal is zo’n land waar drie op de vier wezen gewoon ouders heeft. Daar zijn weeshuizen bijgebouwd om aan de vraag van het weeshuistoerisme te kunnen voldoen. Aangevoerd door betalende vrijwilligers die met alle goede bedoelingen hun tijd, energie, kennis en kunde willen inzetten voor een betere wereld. Deze vrijwilligers zijn oprecht van wil een bijdrage te leveren aan een concreet project. Maar worden verkeerd voorgelicht door organisaties die vrijwilligerswerk aanbieden. De schade is onherstelbaar groot, daar kan geen vrijwilliger meer tegenop. Vrijwilligerswerk in in weeshuis; doe het niet..nepal-790335_1920