Voetbal is de Nederlandse volkssport nummer 1. Daar is geen discussie over mogelijk. Praktisch elk klein dorp heeft een voetbalvereniging. Vaak fungeert die vereniging niet alleen als voetbalclub, maar is het een buurthuis waar het gehele dorp over de vloer komt. Grote en kleine clubs: ze organiseren allerlei sportieve activiteiten, vaak gericht op een maatschappelijk doel of de eigen clubkas. Dat is logisch: de amateurverenigingen staan financieel onder druk. Als gevolg van de crisis hebben gemeenten flink het mes gezet in de financiële ondersteuning van voetbalverenigingen. Dit is vooral bij de kleinere clubs hard aangekomen. De meeste clubs hebben al genoeg zorgen over het eigen voortbestaan, het compleet krijgen van teams en het zorgen voor een mooie voetbalcompetitie. We spreken hier natuurlijk over de veelal geroemde reguliere breedtesport.

Op uitnodiging van maatschappelijk partner Zwaluwe Jeugdactie, namens Stichting Amputatievoetbal Nederland, op gesprek bij de KNVB over de aanpak van aangepast sporten.

Wanneer gekeken wordt naar het aangepast sporten zien wij een wat rommelig beeld. Binnen het voetbal kennen we een breed palet van aangepast voetbal, de meest bekende is het G-voetbal.  Daarnaast hebben we de minder bekende vormen van aangepast voetbal: het dovenvoetbal, het frame-voetbal en amputatie-voetbal, waar ik persoonlijk bij betrokken ben. Het is natuurlijk mooi om te zien dat de sport steeds toegankelijker aan het worden is voor hen die de weg naar de plaatselijke voetbalclub minder gemakkelijk vinden.

Marcel Geestman, voormalig KNVB bondscoach van het CP-team en huidig beleidsmedewerker aangepast sporten bij de KNVB geeft zijn visie op G-voetbal.

Het aangepaste voetbal wordt normaliter onder gebracht bij een reguliere voetbalclub in de buurt. Begeleiders en trainers worden via de KNVB voorzien van  training zodat de begeleiding en training voor deze doelgroep nog beter aangepast is op de behoeftes die er zijn. Spelers van het aangepast voetbal spelen in een door de KNVB ingerichte speciale voetbalcompetitie. De KNVB is op de goede weg. Wanneer je gedetailleerder gaat kijken naar de organisatie en uitvoering van het aangepast voetbal, dan is er nog een hoop te verbeteren.

Laten we beginnen te kijken met de lokale situatie. Voetbalclubs staan over het algemeen open om een G-team onderdeel te laten zijn van hun voetbalclub.  Voetbalclubs zijn vaak op zoek naar maatschappelijke profilering. Het formeren van een G-team binnen een voetbalclub moet vakkundig gebeuren. Al te vaak komt het voor dat een enthousiast bestuurslid van een voetbalclub met goede bedoelingen voorstelt om een aangepast voetbalteam binnen de club te laten starten. Deze goede bedoelingen zijn allereerst positief te noemen, maar het formeren van een dergelijk team moet vakkundig gebeuren, met aandacht voor de omgeving. Want juist daar ligt vaak het probleem. Er wordt onvoldoende gekeken naar de voetbalverenigingen en faciliteiten in de naburige omgeving van clubs.

Het uitwisselen van ervaringen is een belangrijk onderdeel van het program.

Voetbalclubs duiken dan vol enthousiasme in het oprichten van een G-team. Het bestuur brengt het verhaal over aan de clubleden en zijn vrijwilligers. Waarna gestart wordt met cursussen voor de speciale begeleiding en training van deze leden binnen de club. Ook wordt begonnen met het zoeken van teamleden, de media wordt benaderd en er wordt een hoop energie gestoken in het formeren van het team. Het is niet de eerste keer dat blijkt dat er te weinig G-voetballers zijn om een team succesvol  te laten starten. Clubs komen een heel eind als het gaat over de uitvoering, daar ligt het niet aan. Het probleem ligt in de onzorgvuldige voorbereiding. Als vooraf de omgeving beter was geanalyseerd, dan had de club vaak andere besluiten genomen en was een hoop energie (en teleurstelling) bespaard gebleven.

Clubs starten vol passie aan het formeren van een dergelijk team omdat zij oprecht vinden dat voetbal voor iedereen is en dus ook voor iedereen toegankelijk moet zijn. Tot zover de geslaagde acceptatie van het G-voetbal. Wanneer er een 360 graden scan van de omgeving was gemaakt, had de club wellicht gezien dat er in de regio al en ander G-team geformeerd is. Of dat een naburige club betere (aangepaste) faciliteiten reeds in het clubgebouw en op het terrein heeft aangebracht. Het is zó zonde als clubs in elkaars vaarwater zitten en elkaar feitelijk tegenwerken met het oprichten van een dergelijk team. Volgens mij heeft de KNVB een duidelijke taak om clubs de informeren, te adviseren en te begeleiden bij het oprichten van aangepaste voetbalteams. Verenigingen moeten niet lastig gevallen worden met allerlei beleidsadviesrapporten, clubs hebben het al druk genoeg met de organisatie en administratie van alles wat de voetbalvereniging al (moet) doen. De KNVB kan bijvoorbeeld online een digitale geografische kaart creëren waarop aangepaste voetbalteams te zien zijn. Zo wordt in een oogopslag duidelijk of het de moeite waard is om de energie, tijd en geld te steken in de oprichting van een aangepast voetbalteam.

Historie is alom aanwezig in het Bondsgebouw in Zeist.

Het is maar een van de ideeën die mogelijk bijdragen aan een toegankelijker werkveld op het gebied van aangepast voetballen. Het wiel hoeft wat dat betreft ook niet opnieuw uitgevonden te worden. Wanneer gekeken wordt naar bijvoorbeeld Engeland, Polen en Oekraïne kan gezien worden dat er een breed scala aan mogelijkheden ligt om deze tak van sport te ondersteunen en door te ontwikkelen. Binnen Nederland ligt hier bijvoorbeeld een belangrijke taak voor provincies. Aangepast sporten kan immers vaak niet altijd in de eigen gemeente. Het is vaak zelfs een bovenregionale sport, juist omdat er naar de omgeving gekeken wordt kunnen sterke G-teams of zelfs clubs ontstaan. De taak van de provincie is wat mij betreft het informeren, adviseren en ondersteunen van gemeenten en sportclubs. Denk bijvoorbeeld aan vervoersvoorzieningen voor sporters.

 

Ik geloof in de doorontwikkeling van onze volkssport nummer 1. Het is belangrijk dat betrokkenen 360 graden om zich heen blijven kijken. Dat voorkomt een hoop energie, tijd en teleurstellingen en zo kunnen goedbedoelde bedoelingen effectiever ingezet worden.


Bas van der Voort mist door de gevolgen van botkanker zijn gehele rechterbovenbeen. Hij is speler van het Nederlands Amputatievoetbalteam en vrijwilliger voor Stichting Amputatievoetbal Nederland, de achterliggende stichting van het voetbalteam.
In het dagelijks leven is hij werkzaam voor een consultancybureau, binnen de functie van beleidsmedewerker sociaal domein. Daarnaast is hij gemeenteraadslid in Oss waar hij woordvoerder veiligheid & sport is.