sp neeFrans Douw spreekt vanwege de symboliek zijn steun uit aan het verdrag dat de EU met Oekraïne heeft gesloten (‘Steun goede krachten Oekraïne’, ND 26 februari). Ik zal met grote overtuiging tegen dat verdrag stemmen. De feiten over Oekraïne en het verdrag spreken naar mijn opvatting voor zich zelf.

Een eerste feit betreft de verdeeldheid van de Oekraïense bevolking over de vraag op welk deel van de wereld het land zich moet richten: Europa of Rusland? De verdeeldheid heeft geleid tot een gewapend conflict met bijna 10.000 doden en meer dan twee miljoen vluchtelingen. Bijna één miljoen van hen zocht een veilig heenkomen in Rusland. Van de bevolking is 17% etnisch Russisch en 30% Russischsprekend. Gaat dit verdrag door en wordt de oriëntatie van Oekraïne exclusief gericht op de EU dan voelen deze mensen zich in de kou gezet. Het conflict zal dan verharden en uiteindelijk Oekraïne vermoedelijk verscheuren. Het is onverantwoord dat proces met dit akkoord te bevorderen. Oekraïne kan voor de eigen veiligheid en die van de regio veel beter een neutrale bufferpositie houden.

Een ander feit, ook door Douw opgemerkt, is het neoliberale karakter van dit verdrag. Multinationals vinden in Oekraïne 45 miljoen nieuwe consumenten die ook allemaal een flat screen en smartphone willen. Die worden niet door Oekraïense bedrijven gemaakt want het merendeel daarvan zal op de schop gaan. Dit verdrag verbiedt staatssteun aan de ouderwetse industrie van Oekraïne en veel bedrijven zullen hun deuren moeten sluiten straks. Durfinvesteerders zullen de bruikbare restanten opkopen. Het wekt dan ook geen verbazing dat de Amerikaanse miljardair George Soros het ja-kamp financieel met tonnen ondersteunt. Hij kan nauwelijks wachten om bedrijven als Naftagaz, het (nu nog) nationale olie- en gasbedrijf van Oekraïne, op te kopen. Werknemers daar en belastingbetalers hier zullen de rekening betalen van dit project. Om Oekraïne geschikt te maken voor vrijhandel met de EU zijn Europese fondsen beschikbaar. Dat zal veel geld gaan kosten want Oekraïne loopt hopeloos achter op de EU, zo bleek mij bij bezoeken aan dat land, onder meer als verkiezingswaarnemer voor de OVSE.

Als derde moet worden betwijfeld of de financiële bijstand die Oekraïne zal ontvangen in de juiste zakken terechtkomt. Te vrezen valt van niet. Nu al is Oekraïne het meest corrupte land van Europa en corruptie is niet te bestrijden met mooie intenties in een samenwerkingsverdrag. Daarvoor zijn praktische zaken nodig zoals training van de rechterlijke macht, verbetering van de belastinginning, betere salariëring van de politie en voor al die zaken is helemaal geen Associatieverdrag nodig. Nederland werkt met tal van landen samen om die doelen te bevorderen. Dat kan ook met Oekraïne. De kans is nu groot dat het geld dat beschikbaar gaat komen verdwijnt in de zakken van corrupte oligarchen die de economie van het land in handen hebben. Of dat er net als in Polen projecten van worden aangelegd waar niemand op zit te wachten. Berucht zijn de spookvliegvelden in Polen waar geen vliegtuigen landen. Die zijn aangelegd met geld van de Europese belastingbetaler.

Een ‘ja’ stem zal volgens Douw worden opgevat als een psychologisch steuntje in de rug van ‘de goeien’ tegen ‘de slechten’. Volgens mij is de wereld niet zo zwart-wit. Er zijn vele rechtsextremistische en neofascistische organisaties in Oekraïne die dit verdrag graag willen maar allerminst onder ‘de goeien’ te scharen zijn. Onder de tegenstanders zijn ook vakbondsmensen en milieuactivisten die door grote Oekraïense bedrijven geïntimideerd en in elkaar geslagen worden. In Nederland spreek ik met Oekraïners die dit verdrag zien als een beloning voor de Oekraïense oligarchie maar die dit vanwege bedreigingen nauwelijks hardop durven zeggen. Het is uiterst kwalijk hen weg te zetten als de ‘slechten’.

De concrete en reëel te verwachten effecten van dit verdrag zijn ernstig en slecht voor Oekraïne, Europa maar ook Nederland. De verhouding tussen Rusland en Europa komt op scherp te staan. Corrupte politici en oligarchen verdienen straks nog meer aan de samenwerking met Europa. Belastingbetalers zullen opdraaien voor het Oekraïense beroep op Europese subsidies. Ook ik wil uit internationale solidariteit de bevolking van Oekraïne de helpende hand bieden maar niet met dit verdrag. We drijven handel met heel veel landen, zonder dat er een Associatieverdrag is en we helpen ook veel landen op velerlei gebied zonder zo’n akkoord. Het referendum biedt ons een goede kans om dit verdrag met Oekraïne te heroverwegen en ik hoop vurig dat een ‘nee’ op 6 april zal leiden tot een alternatief dat beter is voor alle betrokken partijen.